Persoonlijkheidsstoornissen Aanverwante problemen Vraagbaak Leestafel Links MM | StIP
Home > Vraagbaak

Alle vragen van de categorie Persoonlijkheidsstoornissen algemeen

In hoeverre zijn persoonlijkheidsstoornissen erfelijk?

Recent onderzoek op het gebied van erfelijkheid en persoonlijkheidstrekken laat zien dat persoonlijkheidstrekken voor ongeveer 40% erfelijk bepaald zijn (Livesly, 2000). De resterende 60% wordt gaandeweg de ontwikkeling bepaald. Dat betekent dat mensen met dezelfde overerfde aanleg, voldoende ruimte houden zich op totaal van elkaar verschillende wijze te ontwikkelen. Een persoonlijkheidsstoornis is daarmee niet erfelijk. Wordt een zekere gevoeligheid of ongevoeligheid geërfd en ontwikkelt men zich in een omgeving waar deze dispositie wordt versterkt, dan is de kans groot dat deze dispositie zich ontwikkelt tot persoonlijkheidstrek en in het functioneren op de voorgrond komt te staan. Pas als het gaat om een uitgebreid en langdurig bestaand afwijkend gedragspatroon, en als daarbij aan bovenbeschreven criteria wordt voldaan, mag vervolgens gesproken worden van een persoonlijkheidsstoornis. NB 10/200

Waar begint een persoonlijkheidsstoornis en wanneer is er enkel sprake van een moeilijk karakter?

Er is een aantal criteria waaraan voldaan moet worden voordat gesproken mag worden van een persoonlijkheidsstoornis. Dat zijn de volgende:

Er dient sprake te zijn van een langdurig patroon van innerlijk beleven en gedrag dat duidelijk afwijkt van wat verwacht wordt in de eigen cultuur. Dit patroon laat zich zien op twee of meer van de volgende gebieden:
-    denken (manieren van kijken naar en interpreteren van zichzelf, anderen en gebeurtenissen)
-    voelen (bereik, intensiteit, labiliteit en gepastheid)
-    interpersoonlijk functioneren
-    impulscontrole

Dit patroon is weinig flexibel en laat zich zien in allerlei verschillende persoonlijke en sociale situaties en leidt tot stress en significante beperkingen in het sociaal, beroepsmatig, en overig functioneren.
Het patroon is stabiel en bestaat langdurig, het begin is terug te voeren op de adolescentie of de vroege volwassenheid.
Als er sprake is van een andere mentale stoornis, een somatische conditie (b.v. hersenbeschadiging) of fysiologische effecten van middelengebruik (drugsgebruik, medicatiegebruik) waardoor het langdurig bestaande patroon beter kan worden verklaard, dan mag er niet worden gesproken van een persoonlijkheidsstoornis.

Bovenstaande criteria geven al aan dat de scheidslijn tussen een persoonlijkheidsstoornis en een moeilijk karakter niet heel eenvoudig te trekken is. Het gaat om een continuum waar zich aan de ene kant gewoon functioneren bevindt en waar zich aan de andere kant een functioneren bevindt gekenmerkt door significante stress en belangrijke beperkingen op diverse levensterreinen.
Belangrijk om te noemen is dat mensen met een persoonlijkheidsstoornis zelf veel last kunnen hebben van hun belevings- en gedragspatroon. Het kan echter ook zo zijn dat het vooral de sociale omgeving is die last heeft van de aanwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis. De persoon in kwestie heeft dan moeite het afwijkende in het eigen gedrag te herkennen en te onderkennen. De eerste groep mensen zal eerder hulp inroepen om de eigen kwaliteit Van leven te verbeteren. Bij de tweede groep mensen zal eerder de omgeving aandringen op het zoeken van hulp. Deze mensen zijn omdat zij zelf minder last hebben, minder gemotiveerd om te werken aan gedragsverandering.

Als iemand een moeilijk karakter heeft, hoeft er dus niet direct sprake te zijn van een persoonlijkheidstoornis. In het omgaan met deze persoon is wel het van belang duidelijk aan te geven wat moeilijk of lastig is voor de omgeving, zodat de persoon zich meer bewust wordt van de effecten van het eigen gedrag. SP 10/2001

Bestaat er een forum voor mensen met een andere persoonlijkheidsstoornis dan de borderline PS?

Verschillende mensen hebben ons deze vraag voorgelegd. Wij willen graag weten of er een website is waar wij deze mensen naartoe kunnen verwijzen. Vooralsnog stellen wij geen discussiepagina of forum in. Dat kunnen cliënten(verenigingen) toch veel beter zelf doen?
FK 9/2001

Wie mag een diagnose stellen?

De vraag 'door wie een diagnose gesteld mag worden' is moeilijk in zijn algemeenheid te beantwoorden. Iedere organisatie heeft namelijk zijn eigen werkwijze ten aanzien van diagnostiek. Over het algemeen wordt een diagnose gesteld door een psycholoog of een psychiater. Het is mogelijk dat een instelling er voor kiest om het eerste gesprek door een sociaal psychiatrische verpleegkundige (spv) te laten doen. Deze zal dit dan binnen een team bespreken waarin een psychiater en psycholoog aanwezig zijn. Het team beoordeelt dan of er nog aanvullende gesprekken nodig zijn om de diagnose te kunnen vaststellen en met wie dat gedaan wordt.
     Wij zijn van mening dat de diagnose 'persoonlijkheidsstoornis' pas mag worden vastgesteld na grondig onderzoek door een psychiater of psycholoog. Bij voorkeur is deze ook psychotherapeutisch geschoold. Verder is van belang dat de levensloop wordt doorgenomen en niet alleen de klachten die er op het moment van het gesprek zijn. Vaak worden er meer diagnostische instrumenten gebruikt om een goed beeld te krijgen van iemands persoonlijkheid. NB 9/2001

Wat zijn aandachtspunten bij persoonlijkheidsproblematiek op de werkvloer?

In het algemeen is het vaak individueel bepaald welke aanpak bij iemand goed werkt en welke juist niet. Extra individuele begeleiding kan positief  uitwerken aangezien anders vaak stereotype interactiepatronen op de werkvloer gaan ontstaan die destructief kunnen zijn voor de betreffende persoon. Verder kunnen enkele algemene aandachtspunten genoemd worden:
- Probeer rekening te houden met de belastbaarheid van de persoon: hoeveel feitelijk werk kan hij/zij beroepsmatig aan gezien de manifeste problemen. Overvragen leidt bij hen vaak tot stress.
- Goede individuele begeleiding met het accent op hun werkactiviteit, werkbelasting en omgang met anderen. Een regelmatig bilateraal overleg zou passend kunnen zijn met name wanneer de persoon relationele problemen ondervindt (wat vaak het geval is), hij/zij moeite heeft het werk te structureren of wanneer de persoon net weer terugkeert op de werkvloer na bijvoorbeeld een ziekteperiode. Een langzame opbouw van de werkzaamheden is in dat laatste geval zeker te adviseren.
- Een ander belang kan zijn met de desbetreffende persoon zelf te overleggen hoe anderen het beste met hem/haar kunnen omgaan. Zo wordt duidelijk wat iemands sterke en zwakke kanten zijn. De persoon in kwestie voelt zich serieus genomen en voor beide partijen zijn de aandachtspunten duidelijk. MdH 11/2001

Klopt het dat het mensen met een PS vaak ontbreekt aan een goed ontwikkeld geweten?

Stoornissen in de gewetensfuncties kunnen we vinden bij alle persoonlijkheidsstoornissen, maar systematisch wetenschappelijk onderzoek naar het voorkomen ervan is daar bij mijn weten niet naar gedaan. Vanuit een theoretische invalshoek is er het meeste over geschreven door psycho-analytici (bijvoorbeeld Kernberg en Akhtar) en vanuit de ontwikkelingspsychologie (bijvoorbeeld Kohlberg).
De meest ernstige defecten in de gewetensontwikkeling vinden we bij de antisociale persoonlijkheidsstoornis in de vorm van extreme zelfzuchtigheid, de afwezigheid van empathie of zorgzaamheid naar anderen, de afwezigheid van schuldgevoelens en de neiging tot crimineel gedrag.
Bij de andere persoonlijkheidsstoornissen zijn de tekortkomingen in de gewetensfunkties minder uitgesproken. Ik noem enkele voorbeelden zonder volledig te zijn. Bij de narcistische persoonlijkheid zien we subtielere vormen van zelfzuchtigheid waarbij de ander wordt gebruikt voor de eigen behoeftebevrediging om later te worden afgedankt of verworpen. Ook een aantal mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis kunnen zich verliezen in corruptie, het exploiteren van anderen, liegen, stelen of impulsief crimineel gedrag. Bij andere borderlinepatiënten zijn de gewetensfunkties juist veel meer intact of lijken ze soms duidelijk aanwezig en vervolgens juist weer niet. Bij de theatrale persoonlijkheid zie je ook deze sterke fluctuaties tussen enerzijds uitgesproken altruistisch gedrag en anderzijds amorele uitspattingen. De afhankelijke persoonlijkheid gebruikt voor de beoordeling van zijn gedrag de mening van de ander als belangrijkste criterium (Abraham) en kunnen zich soms overmatig schuldig over zaken waarbij zij niet eens zelf direkt betrokken waren. Bij de dwangmatige persoonlijkheid vinden we vaak overmatig strenge, straffende normen.
Al met al blijven de gewetensfunkties bij persoonlijkheidstoornissen een belangrijk maar ingewikkeld onderwerp waar nog veel over uit te zoeken valt.
TI 01/2001

Kunnen verstandelijk gehandicapten ook een PS hebben?

Ja, dat kan. Verstandelijk gehandicapten kunnen ook een
persoonlijkheidsstoornis hebben. Er zijn echter ook andere diagnosen denkbaar die erg kunnen lijken op een persoonlijkheidsstoornis, m.n. bij verstandelijk gehandicapten, zoals een "pervasieve ontwikkelingsstoornis"
(een diagnose uit de kinderpsychiatrie, het beeld kan op volwassen leeftijd blijven bestaan) of een "organische persoonlijkheidsverandering" (je ziet dan veranderingen van de persoonlijkheid als direkt gevolg van een lichamelijke aandoening). Derhalve moet in dit geval de diagnose persoonlijkheidsstoornis altijd door een deskundige op het gebied van verstandelijke handicaps en (jeugd)psychiatrie worden gesteld. Soms kan een diagnose pas worden gesteld na een gedegen neuro-psychologisch onderzoek. TI 4/2002