Persoonlijkheidsstoornissen Aanverwante problemen Vraagbaak Leestafel Links MM | StIP
Home > Vraagbaak > Diversen

Alle vragen van de categorie Overige

Kan een RIAGG een bepaalde (bijv. inzichtgevende) therapie weigeren en moet je maar accepteren wanneer je iets wordt aangeboden?

Een belangrijke vraag: hoeveel heb je als cliënt eigenlijk in te brengen bij de keuze van (een bepaald type) behandeling? Sinds 1995 zijn de rechten van cliënten vastgelegd in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Daarin worden verschillende rechten en plichten van zowel cliënt als hulpverlener beschreven. Bij hulpgids.nl kun je een samenvatting van deze wet lezen. Voor jouw vraag zijn de volgende aspecten van belang:

Het recht op informatie: je kunt van je hulpverlener vragen om informatie over je 'aandoening', de aard van de voorgestelde behandeling, de evt. gevolgen en risico's van deze behandeling en mogelijke andere behandelvormen.
Het inzagerecht: je kunt je dossier inzien.
Je plicht als cliënt: je moet je hulpverlener duidelijk en volledig informeren en ' binnen redelijke grenzen de adviezen van de hulpverlener opvolgen'.
Het recht van de hulpverlener om zijn eigen beslissingen te nemen, op basis van zijn deskundigheid en overtuiging.
Je kunt dus van je hulpverlener vragen om de redenen van de afwijzing van een bepaalde behandeling. En een hulpverlener mag een bepaalde behandeling weigeren wanneer hij/zij daar geen heil in ziet. Je hoeft de behandeling die je therapeute aanbiedt niet te accepteren, maar de consequentie daarvan kan zijn, dat je je hulp elders moet zoeken.
Bij voorkeur komen cliënten en hulpverleners niet op bovenstaande manier tegenover elkaar te staan en zoeken zij via gesprek naar mogelijkheden tot samenwerking. (Soms is dat samenwerken het grote probleem en is het vertrouwd om het juist met iemand oneens te blijven). Heb jij op dit punt al alles geprobeerd? Zo niet, dan noem ik je een paar tips die misschien behulpzaam kunnen zijn:

Staar je niet blind op het onderscheid tussen inzichtgevende en ondersteunend-structurerende therapie; de meeste behandelingen bevatten elementen van beide.
Probeer zo goed mogelijk te begrijpen wat de redenen zijn voor je therapeute voor haar standpunt.
Probeer zo goed mogelijk naar voren te brengen wat je hulpvraag is; van welke klachten je af wilt, welke doelen je wilt bereiken, waarin je wilt veranderen.
En ga na hoe je therapeute denkt dat haar behandeling kan bijdragen aan het realiseren van deze doelen.
FK 1/2002

Waar kan ik informatie vinden over de meervoudige persoonlijkheidsstoornis ?

De meervoudige persoonlijkheid heeft een nieuwe officiële benaming gekregen: de dissociatieve identiteitsstoornis (DIS). Deze stoornis valt buiten het bestek van de persoonlijkheidsstoornissen en is officieel een as-I of symptoomstoornis.Toch kan het goed zijn dat bij iemand met een DIS ook sprake is van persoonlijkheidsproblematiek. Wij zijn van plan binnenkort een deskundige te vragen om een informatieve tekst over trauma, dissociatie en persoonlijkheidsstoornissen te schrijven. Dan wordt mogelijk ook aandacht besteed aan DIS.

Vooralsnog kunnen wij u enige algemene informatie geven en u doorverwijzen naar een site met goede informatie over DIS.

Dit zijn de kenmerken van DIS in het meest gebruikte psychiatrisch classificatiesysteem, de DSM-IV:

 

DSM IV criteria voor de dissociatieve identiteitsstoornis

A.    De aanwezigheid van twee of meer scherp van elkaar te onderscheiden persoonlijkheidstoestanden of identiteiten of (elk met een eigen betrekkelijk langdurig patroon van het waarnemen van, het omgaan met en het denken over de omgeving en zichzelf)
B.    Ten minste twee van deze persoonlijkheidstoestanden of identiteiten bepalen geregeld het gedrag van betrokkene
C.    Onvermogen zich belangrijke persoonlijke gegevens te herinneren dat te uitgebreid is om verklaard te kunnen worden door gewone vergeetachtigheid
D.    De stoornis is niet het gevolg van is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld black-outs of chaotisch gedrag tijdens een alcoholintoxicatie) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld complexe partiële insulten).

Empty Memories is een Nederlandstalige site met informatie over dissociatie, trauma en DIS. FK 1/2002

Wat zijn de oorzaken van 'chronische derealisatie' en welke medicijnen kunnen helpen?

Chronische derealisatie betekent 'je vervreemd voelen van je omgeving'. Het komt vaak voor samen met depersonalisatie, hetgeen betekent 'je vervreemd voelen van je zelf'. Beide begrippen worden soms ook wel door elkaar gebruikt, wat natuurlijk wel verwarrend is. Beiden zijn zogenaamde dissociatieve symptomen. Dissociatie is het ontkoppelen van verschillende ervarings- of bewustzijnsnivo's. Ofwel: een splitsing in het denken, voelen en handelen. De oorzaken van derealisatie en/of depersonalisatie zijn heel divers.

Zo kan het een gevolg zijn van lichamelijke ziekten of toestanden zoals: bij alcohol of drugsgebruik, hyperventilatie, epilepsie, slaapgebrek en hersenaandoeningen. Verder kan het een symptoom zijn bij een aantal psychiatrische ziekten zoals: depressie, schizofrenie of andere psychotische stoornissen, angststoornissen, dissociatieve stoornissen of
persoonlijkheidsstoornissen (meestal borderline persoonlijkheidsstoornis).

Als je naast de klachten van derealisatie en depersonalisatie ook psychotisch bent (dan is de toetsing aan de realiteit verstoord) dan kunnen antipsychotische medicijnen helpen. Als er vooral een depressie of een angststoornis is dan kunnen antidepressieve medicijnen helpen.
Als het meer in het kader van persoonlijkheidsproblematiek of een dissociatieve stoornis is dan zijn er geen medicijnen die heel specifiek hierop helpen. Dissociëren is een manier van mensen om zich aan te passen aan een ervaring die bedreigend voor ze is. Het komt met name voor bij mensen die ernstige trauma's hebben meegemaakt of bij mensen die zo angstig zijn dat vele dagelijkse ervaringen al bedreigend zijn. Het is een manier van wegvluchten van de werkelijkheid. Bij de borderline persoonlijkheidsstoornis komt het vaak voor in de vorm van leegte en vervreemding en in de vorm van 'wegrakingen'. Tips hoe je hiermee om kunt gaan kun je vinden in het 'borderline hulpboek' van Jaap Spaans en Erwin van Meekeren (pagina 200 - 209). In het kort komt het hierop neer: leer herkennen wanneer het gebeurt, probeer je te concentreren op andere dingen waardoor je voorkomt dat je je vervreemd voelt. Door klachten te registreren, te bespreken en te zoeken naar
alternatieven die voor jou helpen kun je leren grip te krijgen op deze akelige gevoelens. NB 12/2001.

Bronnen:
N.J.L. Buitelaar (1994). Depersonalisatie, een gedissocieerd begrip? Artikel in Intern Vaktijdschrift voor psychiatrie van PC de Wellen, 3 no 3.
Spaans, J. en Meekeren, E. van (2000). Borderline hulpboek, Zelf leren omgaan met verschijnselen als impulsiviteit, heftige emoties en conflicten. Boom. 

Wat houdt het in wanneer gesproken wordt van een stoornis in de serotonine huishouding?

In de hersenen zijn miljarden zenuwcellen die in groepen bij elkaar liggen en per groepje een eigen functie hebben. De verschillende groepen staan met elkaar in verbinding door de uitlopers van de zenuwcellen. Via deze uitlopers wordt informatie overgedragen. Dat gebeurt doordat
de zenuwcel een chemische stof uitscheidt, de neurotransmittor genoemd, die zich bindt aan een bindingsplaats, de receptor genoemd, op de volgende zenuwcel. Hierdoor wordt deze zenuwcel ook geprikkeld en is de 'informatie
overgedragen'. Wanneer de neurotransmittor zijn werk heeft gedaan raakt hij weer los
van de receptor en wordt afgebroken of wordt weer opnieuw door de eerste zenuwcel opgenomen (dit noemen we heropname). Bij een volgende zenuwprikkeling wordt deze dan opnieuw uitgescheiden om zich opnieuw aan
de receptor te binden en de volgende zenuwcel te prikkelen, etc. De ruimte
tussen de eerste en tweede zenuwcel noemen we de synaps. De receptor van de eerste zenuwcel noemen we de 'pre-synaptische receptor', de receptor van de tweede zenuwcel noemen we de 'post-synaptische zenuwcel'.
Er zijn verschillende neurotransmittors bekend, een paar bekende zijn: dopamine, noradrenaline, serotononine en gamma-aminoboterzuur.
Verstoringen in de binding van deze neurotransmittors met de receptor kunnen leiden tot verschillende psychiatrische stoornissen. Dat wil zeggen dat er niet altijd een tekort is van de neurotransmittors maar dat er ook een teveel of te weinig aan receptoren kan zijn waardoor er een
relatief tekort is aan neurotransmittors.

Bij depressieve klachten en bij de stemmingswisselingen zoals deze
voorkomen bij borderline heeft men het idee dat er een verstoring is in de balans tussen de pre- en postsynaptische receptoren en de serotonine-overdracht.
Wat de SSRI's (selectieve serotonine heropname remmers) onder andere doen is er
voor zorgen dat de heropname van Serotonine wordt geremd zodat er meer Serotonine beschikbaar is in de synaps. Dit is een beetje een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid die nogal complex is.

Er is in ieder geval de praktische bevinding dat SSRI's de klachten kunnen verminderen.


Naast de SSRI's zijn er ook andere antidepressiva werkzaam bij stemmingswisselingen, zoals de MAO remmers en middelen als Lithium en Tegretol. Zie het hoofdstukje 'farmacotherapie' op deze site. NB 2/2002

Bron:
Voorlichtingsbrochure "psychofarmaca, de toepassing van medicijnen in de psychiatrie, door W.A. Nolen, uitgave van Lundbeck.

Kan het verlangen naar de opluchting die automutilatie kan geven steeds weer terugkeren in je verdere leven?

Automutilatie heeft op de korte termijn een aantal positieve effecten. Je kunt denken aan:

  • vermindering van spanning en negatieve emoties
  • vermindering van gevoelloosheid of van gevoelens van leegte
  • vermindering van vervreemding
  • alerter worden door de prikkeling die het geeft
  • de aandacht die je ervoor krijgt van je omgeving
  • afleiding van andere problemen
  • de kick die het kan geven als je je neerslachtig of leeg voelt.
Het is denkbaar dat een of meer van deze voordelen kunnen bijdragen aan een verslavend effect van automutilatie. Onlangs is ook naar voren gebracht dat bij automutilatie endorfinen kunnen vrijkomen die juist een positief gevoel bewerkstelligen. Nog meer reden om er mee op te passen. Op
onze site kun je meer over zelfverwonding lezen(en wat je kunt doen om het onder controle te krijgen):
http://www.moeilijkemensen.nl/info/zelfverwonding.html

FK 3/2002

Bestaat er een lotgenoten groep m.b.t. automutilatie?

Er is een Landelijke Stichting Zelfbeschadiging, een voortzetting van de Steungroep Zelfbeschadiging. Bij deze stichting vind je  meer informatie. Mensen van de Steungroep hebben ook meegewerkt aan een IKON documentaire over zelfbeschadiging.

Dit is het adres van de Landelijke Stichting Zelfbeschadiging:
http://www.zelfbeschadiging.nl/