Persoonlijkheidsstoornissen Aanverwante problemen Vraagbaak Leestafel Links MM | StIP
Home > Vraagbaak > Borderline PS

Alle vragen van de categorie Borderline persoonlijkheidsstoornis

Wat is het verschil tussen een borderline persoonlijkheidsstoornis en borderline stoornis?

De namen 'borderline stoornis' en 'borderline persoonlijkheidsstoornis' worden door elkaar gebruikt. Sinds de publicaties van Erwin van Meekeren hoor je weer vaker de term 'borderline stoornis'. In de officiële DSM-IV, op grond waarvan psychiatrische diagnoses worden vastgesteld bestaat alleen de borderline persoonlijkheidsstoornis. Kortom: er is geen verschil tussen beide stoornissen. FK 11/2001

Hoe vaak komt de borderline stoornis voor en is er sprake van suicide(pogingen)?

Deze stoornis komt voor bij 0,2 tot 1,8 % van de algemene bevolking (200.000 in Nederland) en bij 14 tot 20 % van de opgenomen psychiatrische patiënten. De stoornis is ernstig en chronisch en suïcide komt vaak tot veelvuldig voor (tot 15%). Parasuïcidaal gedrag (zelfbeschadiging, zelfmoordpogingen) hoort bij de belangrijke criteria voor de borderline persoonlijkheidsstoornis maar geldt voor geen andere diagnostische categorie. Deze groep cliënten is een belangrijke gebruiker van de geestelijke gezondheidszorg en wordt doorgaans herhaaldelijk opgenomen. SP 11/2001

Kun je van een borderline stoornis afkomen?

Het is inderdaad vaak moeilijk om van een borderline stoornis af te komen, maar niet onmogelijk.
Het beloop van behandelde cliënten met een bps is namelijk zeer wisselend. Op jonge leeftijd kunnen de klachten heel heftig zijn en is er soms weinig of geen controle over emoties en gedrag. In die periode zijn er vaak veel opnames of suïcidepogingen (het suïciderisico is ongeveer 9%). Op latere leeftijd hebben veel mensen meer stabiliteit bereikt in hun sociaal leven en hun werk. Uit een groot lange termijn onderzoek blijkt dat ongeveer 1/3 van de behandelde borderline patienten bij follow up 'hersteld' waren (een stabieler gevoel van identiteit en geen zelfdestructief gedrag meer). Uit een ander onderzoek (waarin ze mensen die opgenomen zijn geweest met een bps 10 tot 15 jaar na de opname geinterviewd hebben) bleek 50-75% weer aan het werk te zijn en 25- 50% had een stabiele relatie.
NB 10/01

Wat betekent het als je een borderline ego-organisatie hebt?

Dan wordt er een uitspraak gedaan over de 'structuur van je persoonlijkheid'. Kortweg komt dat op het volgende neer:

Je hebt een goede realiteitszin, weet goed wat werkelijk is en wat niet en hebt geen last van wanen of hallucinaties.

Als je onder druk komt te staan kan het zijn dat je teruggrijpt naar wat men noemt onrijpe of 'primitieve' manieren om met stress en spanning om te gaan. De belangrijkste vormen zijn:
*zwart-wit-denken (splitsen)
*belangrijke zaken ontkennen (loochenen),
*iemand heel sterk idealiseren of juist in alle opzichten machteloos en waardeloos vinden en/of
*eigen belevingen projecteren op iemand anders.

Daarnaast heb je moeite een tegengestelde eigenschappen bij jezelf en anderen te onderkennen en mis je een geïntegreerd beeld van jezelf en anderen.

Een borderline persoonlijkheidsorganisatie hoeft helemaal niet samen te gaan met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een van de andere persoonlijkheidsstoornissen of een mengvorm daarvan.

Hier vind je meer informatie.  FK 9/2001

Waardoor ontstaat een borderline persoonlijkheidsorganisatie?

Het begrip "borderline persoonlijkheidsorganisatie" is in de jaren zestig/zeventig bescheven door psychoanalytici zoals Otto Kernberg. Hij gaat er vanuit dat mensen met een borderline organisatie een intacte realiteitstoetsing hebben (ze zijn niet psychotisch) maar primitievere afweermechanismen gebruiken (ze zijn niet neurotisch) en geen goed beeld hebben van hun eigen identiteit/zelfbeeld. Zo omschreven is de groep mensen met een borderline organisatie vele malen groter dan de groep mensen met een borderline persoonlijkheidsSTOORNIS (conform de DSM-IV) en omvat veel meer persoonlijkheidsstoornissen.
Over de oorzaken: In de jaren zeventig hebben de psycho-analytici veel klemtoon gelegd op een verstoorde ontwikkeling in de vroege levensfase van het jonge kind, de zogenaamde separatie-individuatie-fase. Het idee was toentertijd dat er in die fase van alles fout gegaan moest zijn. Hier is men wel van teruggekomen en men heeft dat sterk gerelativeerd. Tegenwoordig gaan we er vanuit dat 50% van alle persoonlijkheidskenmerken erfelijk bepaald is (temperament e.d.), de rest komt door omgevingsfactoren zoals emotionele verwaarlozing, overbetrokkenheid van de ouders, lichamelijk en/of sexueel geweld, verlies van belangrijke anderen door dood of ziekte etc, etc. Deze gebeurtenissen hoeven echter niet persé in die eerste levensmaanden te hebben plaats gehad. TI 4/2002

A) Hoe zit het met de diagnostiek: atypische depressie, borderline persoonlijkheidsstoornis en psychose? B) Wat betekent dat voor de therapie met medicijnen?

A) Diagnostiek
Informatie over de borderline persoonlijkheidsstoornis (afgekort BPS)vindt u op onze website Moeilijke Mensen. Vaak worden er bij BPS tegelijkertijd ook andere diagnoses gesteld zoals ook een (atypische) depressie of psychotische symptomen. Deze diagnoses sluiten elkaar niet uit, maar kunnen (indien goed gesteld) elkaar juist aanvullen en richting geven voor de therapie.
Een atypische depressie kenmerkt zich naast somberheid, interesseverlies en suicidaliteit, oa door een toegenomen slaapbehoefte, toegenomen eetbehoefte (wat kan leiden tot een toegenomen gewicht), moeheid en een zwaar gevoel in de ledematen.
Psychotische symptomen kunnen bij BPS varieren van kortdurende verwardheid, achterdocht, waandenkbeelden en soms kortdurend wat stemmen horen. Ook kunnen er "dissociatieve" klachten bestaan zoals een gevoel van onwerkelijkheid. Als psychotische symptomen langere tijd aanhouden worden ze als een aparte diagnose genoemd.
Welke symptomen en diagnoses op u van toepassing zijn moet u met u behandelaar blijven bespreken, daar kunnen wij geen uitspraak over doen !

B) Medicijnen
Informatie over de behandeling met medicijnen bij BPS vindt u ook op de Website Moeilijke Mensen. Daar worden de richtlijnen gevolgd die samen zijn gesteld door deskundige psychiaters uit de Verenigde Staten op grond van het wetenschappelijk onderzoek dat daar naar gedaan is.
Mocht het kloppen dat u zowel depressieve klachten als psychotische symptomen heeft, dan staat u samen met u behandelaar voor een moeilijke taak om te gaan zoeken naar medicijnen die het beste bij u als persoon passen, want iedere patient reageert weer anders. Het kost vaak veel tijd (maanden) om dit samen goed uit te zoeken.
Bij psychotische klachten zijn antipsychotica aangewezen en soms heel werkzaam, waarbij bij BPS ook de depressieve klachten mee op kunnen klaren! Antipsychotica kunnen echter ook vervelende bijwerkingen hebben. Voor de depressieve klachten wordt meestal in eerste instantie gekozen voor een antidepressivum uit de groep van de SSRI's (zoals Prozac, Seroxat, Fevarin, Zoloft en nog een aantal anderen) of een ander modern antidepressivum.
Wellicht zullen er dus meerdere medicijnen tegelijkertijd nodig zijn. Dat kan lastig zijn ivm de bijwerkingen en soms zie je maar een gedeeltelijk succes.
Als dat alles niet helpt wordt soms gekozen voor een stemmingsstabilisator zoals Lithium, Tegretol of Depakine. Bij een atypische depressie kan een MAO-remmer heel effectief zijn. Maar dit zijn gevaarlijke middelen en ze kunnen alleen worden voorgeschreven onder strikte medische controle (bloeddruk) en u moet er zelfs een speciaal dieet bij houden. Uw arts zal daar terecht terughoudend mee zijn, maar bij sommige mensen helpt het goed.
In alle gevallen is het dus belangrijk dat u een goede samenwerkingsrelatie opbouwt met uw behandelend arts of psychiater waarin alle twijfels, werkingen en bijwerkingen openlijk bespreekbaar zijn. Uw dokter weet van te voren ook niet welk middel bij u het beste aan zal slaan en vaak is het samen zoeken naar de goede combinatie in de juiste dosering (niet te veel, niet te weinig).
Onze ervaring is dat de meeste dokters het vaak beter voor hebben met hun borderlinepatienten dan de patienten zelf denken. Anderzijds is het van groot belang dat u goede informatie krijgt over diagnoses en medicijnen zodat u zelf mee kunt bepalen wat u wel niet niet slikt. TI 1/2002

Is er meer bekend over de voor- en nadelen van het hebben van borderline en hoogbegaafd zijn?

Vanuit de wetenschappelijke literatuur is mij niets bekend over de relatie tussen hoog begaafd zijn en de Borderline Persoonlijkheidsstoornis. Je kunt natuurlijk op internet gaan zoeken of een search doen via de Medline (waar je gratis op kunt komen via het internet) maar dan moet je wel de juiste
trefwoorden proberen te formuleren. Door de vele vragen die momenteel aan Moeilijke Mensen worden gesteld kunnen wij als redactie daar momenteel onvoldoende tijd voor vrijmaken. Een hoogbegaafd iemand komt daar wel uit.


Laat ons even weten als je iets interessants gevonden hebt.
Dan wat betreft de voor- en nadelen. Een voordeel lijkt mij dat je snel in staat bent om op rationeel niveau de kennis die er bestaat over BPS te begrijpen en te integreren. Nadeel lijkt mij dat mensen in je omgeving je snel overschatten als het gaat om de meer emotionele zaken in het leven en al snel denken dat je het allemaal wel begrijpt en dan geen steun of hulp nodig hebt. Dat brengt je soms onbedoeld in een eenzame positie: het is eenzaam aan de top. Wellicht helpt het je om soms maar met je hoogbegaafdheid "incognito te gaan", of aansluiting te zoeken/vinden bij andere hoogbegaafde borderlines (bijvoorbeeld door een oproep te doen via de
stichting borderline of zo). TI 4/2002

Wat gebeurt er precies wanneer iemand met een borderline PS dissocieert? Hoe kan iemand daar mee omgaan?

Tijdens dissociëren treedt er een splitsing op tussen denken, voelen en handelen. Dit kan verschillende uitingsvormen hebben. Bij mensen met een bps kunnen regelmatig gevoelens van leegte en vervreemding optreden. De
vervreemding kan zijn ten aanzien van het eigen lichaam, zichzelf als persoon of ten aanzien van de omgeving.
Ook worden herbelevingen aan een ernstig trauma (wat regelmatig in de voorgeschiedenis van bps patienten voorkomt) gerekend tot dissociatieve verschijnselen, deze herinneringen worden dan zo 'echt' dat de patient
niet meer in de realiteit is en het trauma opnieuw beleeft.
Voor meer informatie hierover verwijs ik u naar de site empty memories.

Met betrekking tot adviezen hoe hier mee om te gaan kan ik verwijzen naar het borderline zelfhulpboek van J. Spaans en E. van Meekeren. In deze vraagbaak staat meer hierover beschreven. Ook het werkboek van M. Linehan geeft praktische adviezen over het omgaan met dissociatie.
NB 2/2002

Wat zijn de verschillen tussen AD(H)D en borderline?

Er zijn vele verschillen tussen ADD (attention deficit disorder) en borderline.

De kernproblemen bij ADD zijn problemen met het vasthouden en het schakelen van de aandacht of concentratie en moeite met het organiseren. Dit leidt tot: snel afgeleid zijn, moeite hebben met details, veel slordigheidsfouten maken, niet luisteren, dingen niet afmaken, alles tegelijk doen, vergeetachtig zijn, dingen kwijt zijn. Typerend is dat men zich wel korte tijd kan concentreren op zaken die men interessant vindt (tv, computer). Over AD(H)D wordt wel gezegd: 'de rem staat uit': het is moeilijk het gedrag, maar ook de gedachten en de plannen in toom te houden. Er ontbreekt een filterfunctie van de hersenen. De problemen bij AD(H)D zijn levenslang aanwezig. Ze worden meestal voor het 7e jaar duidelijk, bij ADD kan dat wel eens moeilijker te zien zijn en op iets latere leeftijd pas problemen geven. Terugkijkend waren de klachten er wel voor het 7e jaar maar niet zodanig dat het leidde tot disfunctioneren.

Bij borderline is de aandacht en concentratie meestal ongestoord. Wel kunnen deze functies tijdelijk verstoord raken. Bijvoorbeeld als er tevens een depressie is of als andere symptomen (zoals angst of dissociatie) de overhand nemen. Er is nooit een levenslange en continue verstoring van de aandacht en concentratie. AD(H)D kan tevens ook tot andere klachten leidden en daarin zit wel een overlap met de borderline persoonlijkheidsstoornis. Zo komen bij beiden woedebuien, verslavingsproblemen, stemmingswisselingen, depressiviteit en
relatie en/of werkproblemen voor. Als je echter al deze klachten stuk voor stuk gaat bekijken dan zijn er verschillen en die liggen in de kern van de problematiek. De kern van de AD(H)D problematiek is (zoals net gezegd) het aandachtsprobleem; kernaspecten van de borderlinestoornis zijn de heftige verlatingsangst en de neiging tot zwart-wit denken onder spanning. Een voorbeeld: een woedebui bij iemand met AD(H)D wordt bijvoorbeeld uitgelokt door het feit dat diegene gestoord wordt in zijn activiteit; een woedebui bij iemand met een borderline persoonlijkheidsstoornis kan bijvoorbeeld worden uitgelokt door de gevoeligheid voor afwijzing en/of verlating, deze woedebui zal dus altijd in een relationele context plaatsvinden. Depressiviteit bij iemand met AD(H)D zal vaak komen doordat diegene steeds weer in de problemen komt met het functioneren op school / in studie / op het werk / in een relatie (veel ruzies over het vergeten van afspraken of over slordigheid) / etc. Depressiviteit bij iemand met een borderline persoonlijkheidsstoornis zal vaker te maken hebben met een chronisch gevoel van leegte, identiteitsproblemen, trauma's etc.
Dit over de verschillen. Het komt ook voor dat mensen zowel AD(H)D als een borderline persoonlijkheidsstoornis hebben. NB 1/2003

Kunnen mensen met een borderline PS extra vermoeid zijn?

Vermoeidheid is een ongedifferentieerde klacht die bij allerlei ziekten en klachten kan optreden. Als er geen somatische aanleiding is voor vermoeidheid hetgeen de huisarts kan uitzoeken dan wordt er vanuit gegaan dat de vermoeidheid vanuit de psyche ontstaat. Aangezien mensen met BPS vaak moeite hebben met het alledaagse leven en de voortdurende regulering van emoties, is het niet onvoorstelbaar dat eerder vermoeidheid ontstaat. In de literatuur ben ik dit echter niet specifiek tegengekomen. SP 4/2002

Kan een borderline PS samengaan met een neurotische persoonlijkheidsstructuur?

Ja, dat kan. Het komt niet zo vaak voor maar theoretisch gezien kunnen een borderline PS en een neurotische persoonlijkheidsstructuur (of -persoonlijkheidsorganisatie) samen voorkomen. Het zijn namelijk twee verschillende indelingen die je naast elkaar moet zien.
De persoonlijkheidsstoornissen zijn gebaseerd op symptomen die al dan niet aanwezig zijn. De indeling in (drie) verschillende persoonlijkheidsstructuren is gebaseerd op de vormen van afweer die een persoon tot zijn beschikking heeft. Daarbij is de neurotische
persoonlijkheidsstructuur de meest 'rijpe' of stevige vorm en heeft dus ook meer mogelijkheden voor behandeling. (Voor meer informatie over de indelingen in persoonlijkheidsstructuren verwijs ik je naar de betreffende pagina op deze site).
Nu is het zo dat als mensen een borderline persoonlijkheidsstoornis hebben ze meestal een borderline of een psychotische persoonlijkheidsstructuur hebben. Maar de combinatie met een neurotische persoonlijkheidsstructuur komt ook voor en heeft dus betere behandelingsperspectieven. NB 4/2002

Hoe kan het dat ik pas heel laat doorkreeg dat mijn partner een BPS heeft?

Hoe kan het dat het mij pas na maanden duidelijk is geworden dat mijn nieuwe partner een borderline persoonlijkheidsstoornis heeft (krassen, ruzieën, depressieve buien)? Het ging aanvankelijk zo goed!

Het is inderdaad zo dat binnen een partnerrelatie het soms een tijdje kan duren voordat duidelijk wordt welke persoonlijkheidsproblemen er spelen. Mensen met borderline problematiek hebben klachten en problemen die sterk kunnen wisselen en vaak zijn die wisselingen afhankelijk van hoe het in een relatie gaat. In de eerste periode van de relatie kan de ander worden geïdealiseerd en lijken alle problemen ineens als sneeuw voor de zon verdwenen: ik geweldig, jij geweldig, wij geweldig. Zolang de partner als beschikbaar en zorgzaam kan worden beleefd functioneert iemand met een borderline persoonlijkheidsstoornis op haar best en vaak is in die fase de partner ook tevreden omdat de meeste mensen met borderline problematiek dan hun beste beentje voor zetten en bij de ander de leuke en sterke kanten van de persoonlijkheid erg tot de verbeelding spreken zoals: de heftigheid van de liefdesrelatie, het ondernemen van allerlei activiteiten met tomeloze energie, wilde toekomstplannen, betrokkenheid en zorgzaamheid, de exclusieve aandacht voor elkaar......noem maar op: the sky is the limit.
Vroeger of later gaat het toch mis en komt er een heel ander scenario voordraaien. De eerste onenigheidjes (hoe klein ze ook lijken), het gewone leven dat zich aandient waarbij je niet altijd voor de ander klaar kan staan omdat er ook nog zoiets is als werk en andere vrienden, een mislukte vrijpartij, een verkeerde opmerking op het verkeerde tijdstip, te veel alcohol, een vermeende afkeurende blik van de schoonmoeder in spé......kan van alles zijn, vaak ogenschijnlijk futiel. De partner wordt nu ineens niet meer als volledig beschikbaar beleefd en borderliner voelt zich in de steek gelaten, "all good" kan omslaan in "all bad", idealisatie in devaluatie, devaluatie van de ander of devaluatie van zichzelf, de roze wolk wordt wit en slaat om in een zwarte omweersbui. Dan dient zich het lage en kwetsbare zelfgevoel aan gepaard gaande met ernstige symptomen zoals depressiviteit, zelfverwonding en suicidaliteit.
Een borderline patiënt deelt zijn diagnose aanvankelijk meestal niet met een nieuwe partner omdat op dat moment echt de overtuiging bestaat dat het deze keer allemaal veel beter en definitief anders zal gaan lopen dan in voorgaande (problematische) relaties. Bovendien speelt er veel verlatingsangst op de achtergrond. Als uiteindelijk de relatie uiteen spat blijft de partner in vertwijfeling en vol vragen achter: wat is er in hemelsnaam allemaal met me gebeurt? Hoe kan het dat ik het al die tijd niet heb gezien?.....
Het kan natuurlijk ook heel anders lopen in een relatie met iemand met borderline problematiek. Het beloop dat jij beschrijft is echter niet geheel ongebruikelijk.

met vriendelijke groet
Theo Ingenhoven, psychiater