Persoonlijkheidsstoornissen Aanverwante problemen Vraagbaak Leestafel Links MM | StIP
Home > Persoonlijkheidsstoornissen > Theorieën > Theorieën > Relationship management model van Dawson

Relationship management model van Dawson
Het relationship management model richt zich op de relatie tussen de cliënt en de hulpverlener met als doel het voorkomen van ernstige communicatieproblemen en daardoor zelfdestructief gedrag van de cliënt.


Dawson gaat uit van de theorie dat mensen met een borderline persoonlijkheid problemen hebben met hun eigenwaarde (ook wel genoemd: het "zelf"). Dit zelf wordt gevormd gedurende je hele leven en wordt steeds weer door recente ervaringen bijgesteld. Het bestaat uit fundamentele aannames (goed of slecht, sterk of zwak), interpersoonlijke aannames (verantwoordelijk of niet verantwoordelijk, aardig of haatdragend), rol aannames (gezond of ziek) en de manier waarop deze aannames zijn georganiseerd (harmonieus of conflictueus, stabiel of onstabiel, helder of dubbelzinnig).

In de voorbeelden worden steeds twee posities genoemd die heel ver uit elkaar liggen. Een volwassene met een stabiel, helder en harmonieus zelf kan een middenweg vinden tussen deze uiterste posities. Degene met een conflictueus en/of dubbelzinnig en/of onstabiel zelf is eigenlijk voortdurend in verwarring over zichzelf. Hoe hij/zij zich voelt kan sterk wisselen en is afhankelijk van de situatie waarin hij/zij zich bevindt. Dit is een hoofdkenmerk van een cliënt met een borderline persoonlijkheid en dit speelt altijd een rol in het contact met een ander, dus ook in het contact met de hulpverlener. Dit zal vaak niet bewust gebeuren.

De cliënt met een borderline persoonlijkheid zal bijvoorbeeld de neiging hebben om slechts één kant van zichzelf te benadrukken zodat de hulpverlener automatisch de andere kant kiest. Als de cliënt zich als heel incompetent en hulpeloos voordoet aan een hulpverlener dan stimuleert dit autoritair en oplossingsgericht gedrag van de hulpverlener zodat de cliënt zich nog incompetenter en hulpelozer gaat voelen.

Een "goede relatie" - volgens dit model- is er op gericht dat de cliënt zelf "verstandige" keuzen maakt en de verantwoordelijkheid voor zichzelf neemt. Hierbij stelt de hulpverlener zich naast de cliënt op, in een begeleidende en luisterende rol.
Door de heftigheid van de klachten waar cliënten met een borderline persoonlijkheid last van kunnen hebben kan de hulpverlener zich onder druk gezet voelen om deze rol te verlaten. Het is dan belangrijk dat de hulpverlener dit mechanisme doorziet en hier niet in meegaat en de cliënt blijft behandelen als een competente volwassene. Tot het moment dat de cliënt zelf een switch kan maken naar een constructieve oplossing voor zijn problemen.

Psychiatrische opnames moeten zoveel mogelijk vermeden worden. Als er echter toch een opname moet komen is het verstandig om een aantal zaken vooraf vast te leggen in een contract. Dit wordt opgesteld door de cliënt en de hulpverlener en hierin moet duidelijk geformuleerd worden wat de cliënt wil bereiken tijdens de opname, wat de behandelaars kunnen bieden en wat de grenzen zijn van de behandeling. De cliënt moet zelf verantwoordelijk blijven tijdens de opname, dus komen er geen vrijheidsbeperkende maatregelen. Als de cliënt zich niet aan de grenzen van de opname kan houden dan volgt ontslag.
          
juli 2001

Nannet Buitelaar