|
|
| Schemagerichte therapie bij BPS |
|
|
|
Schemagerichte therapie bij de borderline persoonlijkheidsstoornis Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis kunnen een tijdlang goed functioneren om door een bepaalde gebeurtenis (een trigger) in een bepaalde toestand te schieten waarbij het voelen, denken en handelen wordt bepaald door een combinatie van schema's. Deze toestand wordt dan een modus genoemd. Young ziet een modus (meervoud 'modi') als een aspect van het zelf, dat bestaat uit een ('natuurlijke') combinatie van schema's en innerlijke processen die onvoldoende geïntegreerd is met andere aspecten van de persoonlijkheid. Hij is tot de formulering van modi gekomen omdat het werken met schema's bij borderline en narcistische patiënten moeilijkheden gaf. Hun functioneren wordt terugkerend sterk bepaald door een bepaalde gemoedstoestand, waarin meer schema's een rol spelen. Schema's of modi uit de kindertijd worden geactiveerd door gebeurtenissen die lijken op vroegere gebeurtenissen die aanleiding gaven tot de vorming van deze schema's. De verschillende modi bij de BPS:
De belangrijkste doelen in de behandeling (volgens de schemagerichte therapie) van de BPS:
De belangrijkste strategieën met betrekking tot de verschillende modi:
De schemagerichte behandeling in fasen: De behandeling kent globaal zes verschillende fasen, soms wordt tijdelijk teruggegaan naar een eerdere fase, soms kan een fase worden overgeslagen. De startfase bestaat uit kennismaking en afspraken over de behandeling. Er wordt ook voorlichting over het werkmodel gegeven. Vervolgens worden in fase 2 eerst eventuele andere klachten (zoals een depressie of een angststoornis) behandeld. In fase 3 wordt besproken hoe te handelen bij crisis. In fase 4 wordt gewerkt aan meer inzicht in de onderliggende schema's en om beter te leren omgaan met alledaagse moeilijke situaties. Dit gebeurt middels rollenspelen, kleine experimenten en problemsolving. In fase 5 wordt gewerkt aan verandering van de basisschema's. Hierbij zal het met name gaan over jeugdherinneringen. Veel emoties kunnen hierbij loskomen, de therapeut zal daarin een steunende rol hebben. In fase 6 wordt gewerkt aan beëindiging van de therapie. Hierbij moet alles wat aan bod is gekomen worden geïntegreerd en moet er een vertaling komen van nieuwe functionele schema's en strategieën naar het functioneren in het dagelijks leven. Tot slot komt het afscheid van de therapie en de therapeut. Valkuilen voor de therapeut:
Bronnen: Schemagerichte cognitieve therapie voor persoonlijkheidsstoornissen, praktijkreeks gedragstherapie, Arnoud Arntz en Suzan Bögels, Bohn Stafleu Van Loghum 2000. http://www.schematherapy.com |