|
John reist per trein, want zijn rijbewijs is onlangs weer eens ingenomen. Hij raakt onderweg in gesprek met Ria, die geïmponeerd raakt door zijn verhalen over zijn werk als cameraman in Hollywood. Ze besluiten elkaar ´s avonds opnieuw te ontmoeten in een café, waar hij haar helemaal voor zich inneemt. Hij is vriendelijk, charmant, heeft een vlotte babbel en houdt van een goede whisky. Aan het eind van de avond doet John alsof hij tot zijn schrik ontdekt dat hij zijn portemonnee is vergeten, maar Ria betaalt graag voor hem.
In de dagen daarna volgen vele ontmoetingen en John laat zich van zijn beste kant zien.. Ria voelt zich erg gelukkig en ze krijgen een relatie. John is eisend voor wat betreft seksueel contact, maar Ria accepteert dat. Het valt haar op dat hij haar niet in zijn eigen huis uitnodigt, dat ze zijn vrienden niet te zien krijgt en dat hij over zijn verleden weinig kwijt wil, behalve dat hij "een rotjeugd" heeft gehad. Een tijdje later laat John plotseling drie dagen en nachten niets van zich horen. Als Ria daarna ongerust vraagt of er iets was, wordt John boos en schreeuwt hij dat ze hem niet zo op de huid moet zitten. Als Ria schrikt van de blik in zijn ogen en begint te huilen, is John weer een en al vriendelijkheid. Zo had hij het natuurlijk niet bedoeld, al vindt John dat ze het er zelf naar gemaakt had. Hij doet dan zo lief voor haar dat Ria niet anders kan dan hem deze uitbarsting vergeven. De volgende dag heeft John een koffer vol dure horloges in de originele verpakking bij zich, waarover hij alleen kwijt wil dat hij ze een paar dagen "voor een vriend" moet bewaren. Als Ria hem ´s avonds vertelt dat zij met een collega gaat eten, wordt John plotseling woest. Hij verwijt haar dat ze egoïstisch is en niets voor hem over heeft. John staat op, gooit de tafel om en vertrekt met slaande deuren. Voorgoed. Diagnostische criteria voor de antisociale persoonlijkheidsstoornis (DSM-IV) De cliënt: - is roekeloos: hij bekommert zich op een gevaarlijke manier niet over de veiligheid van zichzelf of van anderen.
- is oneerlijk: hij liegt en bedriegt herhaaldelijk voor eigen voordeel of plezier
- is niet goed in staat een geregeld leven te leiden, met bijvoorbeeld een vaste baan en financiële verplichtingen,
- leeft meer van dag tot dag, heeft geen plan voor de toekomst en handelt vaak impulsief
- 'heeft een kort lontje' en wordt gemakkelijk agressief, komt snel tot vechtpartijen
- overtreedt gemakkelijk de wet, zodanig dat hij daarvoor aangehouden zou kunnen worden.
- heeft de neiging zijn gedrag goed te praten en laat geen spijt zien wanneer hij anderen heeft gekwetst, mishandeld of bestolen
Toelichting De essentie is dat er - vanaf de leeftijd van vijftien jaar - een diepgaand patroon bestaat van te weinig respect en achting voor anderen, met daarbij ook het schenden van de rechten van anderen. Dit patroon wordt zichtbaar in de puberteit en de vroege adolescentie en blijft bestaan in de volwassenheid. Meestal is het chronisch aanwezig, al gaan op oudere leeftijd de scherpe kanten van het gedrag er meestal weer wat af. In de voorgeschiedenis zijn er vaak symptomen van een gedragsstoornis (d.w.z. agressief en destructief gedrag) vóór het 15e jaar. De diagnose ASPS mag pas vanaf 18 jaar gesteld worden. Er bestaat overigens veel kritiek op de bovengenoemde (DSM-)criteria, waarin nadrukkelijk wordt gekeken naar crimineel, onwettelijk en sociaal ongewenst gedrag. Het antisociale kan echter óók aanwezig zijn in de manier van denken en voelen en de manier waarop iemand omgaat met bijvoorbeeld contacten met anderen (zonder dat er direct sprake is van wetsovertredingen). Hierbij gaat het over gebrek aan empathie, gevoelsarmoede, egocentrisme, het ontbreken van schuldgevoelens, grootheidsfantasieën, sensatielust en oppervlakkige charme. Vroeger werd dan gesproken van psychopathie, maar die term is in onbruik geraakt. Mensen met een ASPS kunnen in contacten met anderen vele gezichten laten zien. Ze kunnen hard en kil overkomen omdat zij gevoelsarm en egocentrisch zijn en geen spijt of wroeging kennen. Daarnaast hebben zij ook roekeloze, intimiderende en vijandige kanten: ze zijn vaak snel geïrriteerd en agressief en al doende vaak betrokken bij vechtpartijen. Ze laten zich niet leiden door de wet of door normen en waarden. Zij houden geen rekening met eventueel gevaar voor zichzelf en voor anderen (ook als het een partner, familie of kinderen betreft): ze gedragen zich onverantwoordelijk. Dat wordt bijvoorbeeld zichtbaar in roekeloos autorijden, gevaarlijk seksueel gedrag of drugsmisbruik, maar ook in bijvoorbeeld de nalatige zorg voor een kind Sommigen hebben een talent om anderen voor zich in te nemen. Ze kunnen meestal goed "uitleggen" waarom ze tot hun gedrag zijn gekomen, waarbij de aanleiding of de schuld overigens altijd bij anderen gelegd wordt. Spijt of schuldgevoelens laten ze niet snel zien en als ze het wel laten zien is het vluchtig. Ze voelen zich vaak verheven boven andere mensen en hebben geen realistisch beeld van zichzelf. Mensen met een ASPS hebben een hun eigen manier van denken. Enkele voorbeelden zijn: "Als ik mensen niet manipuleer of in mijn macht houd, krijg ik nooit wat ik wil hebben. Mensen die zich aan de wet houden zijn sukkels. Je moet de ander pakken voordat hij jou pakt". Het grensoverschrijdend gedrag kan bij mensen met een ASPS wat eerder naar voren komen, omdat zij enkele eigenschappen (deels van biologische aard) hebben, die dat gemakkelijker maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om impulsiviteit, niet kunnen plannen en sensatielust. Zij denken bovendien niet na over de gevolgen van hun gedrag zodat ze vaak in problemen komen, relaties en banen verliezen of in de gevangenis komen. Het voorgaande maakt duidelijk dat de kans groot is dat iemand met een ASPS vroeger of later met de politie of justitie in aanraking komt, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Sommige van de genoemde eigenschappen zijn bruikbaar om bijvoorbeeld hoge posities in het bedrijfsleven te bereiken. Impulsiviteit en een zekere mate van onverantwoordelijkheid heten dan 'knopen durven doorhakken' en 'bereid risico´s te nemen', gevoelsarm is dan 'zakelijk', egocentrisme heet dan 'ambitie', grootheidsgedachten en het oppervlakkig charmerende worden dan 'inspirende kwaliteiten' genoemd. Over het algemeen komen mensen met een ASPS niet zo snel zélf om hulp vragen, behalve als het ze goed uitkomt (bijvoorbeeld als ze daardoor een gevangenisstraf kunnen ontlopen). De omgeving heeft vaak veel meer last van hun gedrag. Klachten die ze zelf ervaren kunnen zijn: ontevredenheid (hoe ze vooral door anderen in de weg gezeten worden) en daardoor gespannenheid, een depressieve stemming en zich snel vervelen. Soms zijn er ook angstklachten. Deze klachten worden vaak "opgelost" met alcohol- en drugsgebruik. Problemen met dergelijke middelen worden dan ook frequent gezien. Risicofactoren ASPS komt bij ongeveer 3% van de mannen voor en bij 1% van de vrouwen. Nadruk op de agressieve en criminele kanten bij de diagnose kan leiden tot onderdiagnosticering bij vrouwen. Biologisch Weliswaar is veel onderzoek gedaan naar de genetische basis van antisociaal gedrag, maar tot duidelijke conclusies heeft dat niet geleid. Mogelijk spelen de volgende factoren een rol: - ADHD (aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit). - afwijkingen in het arousalniveau: minder gevoeligheid voor angst en pijn; - onvoldoende ontwikkelde remming van impulsen. Verder is de kans op een ASPS groter als er een ouder is met een ASPS. Dit is enerzijds een biologisch verhoogd risico anderzijds een beïnvloeding door de omgeving. Psychologisch - verwaarlozing (óók door onbegrensde verwennerij), onverschilligheid, kilheid, agressie van de opvoeders in de zeer vroege jeugd; - gebrek aan begeleiding, sturing en correctie door de opvoeders kan de kans verhogen dat een gedragsstoornis overgaat in een ASPS. - traumatische ervaringen, zoals verlatingen, misbruik of mishandeling. - sterk in de schaduw staan van een broer of zus die bewonderd wordt en niets fout kan doen. Sociaal ASPS komt vaker voor in een bevolkingsgroep met een lage socio-economische status en in een grootstedelijke omgeving. Armoe, kleinbehuisd zijn en weinig sociale steun zijn risicofactoren. Delictgedrag: theorie en werkmodel 5/2003 Pieter Ronhaar, psychiater |