Persoonlijkheidsstoornissen Aanverwante problemen Vraagbaak Leestafel Links MM | StIP
Home > Persoonlijkheidsstoornissen > Per type > Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS)

Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS)

Bianca
voelt zich al jarenlang ongelukkig, er hoeft vaak maar iets te gebeuren of ze ziet het niet meer zitten. Toch kan ze zich ook snel weer goed voelen. Nu is ze halverwege haar opleiding sociaal pedagogische hulpverlening gestopt. Ze kan het niet meer volhouden en twijfelt ook of ze hier wel mee door wil gaan. Ze heeft ook net een nieuwe vriend en maakt veel ruzie met hem. Ze snapt niet dat hij niet bij haar weg gaat, ze kan zo tekeer gaan tegen hem. Daarna voelt ze zich zo rot dat ze veel te veel gaat eten en vaak zichzelf snijdt in haar bovenarm. Dan wordt ze even rustiger. Maar ze schaamt zich er ook voor. Durft daarom nooit mee te sporten, dan zouden ze haar littekens zien.... 

 

Diagnostische criteria voor de borderline persoonlijkheidsstoornis (DSM-IV):

  • Pogingen om uit alle macht te voorkomen dat hij in de steek gelaten wordt (of hier nu feitelijk aanleiding voor bestaat is niet belangrijk; het kan ook zijn dat de verlating slechts in de verbeelding van de patiënt dreigt).
  • Onevenwichtige en intense relaties waarin de ander nu eens geïdealiseerd en dan weer als waardeloos beschouwd wordt.
  • Een identiteitsstoornis, waarbij het beeld dat de patiënt van zichzelf heeft en de manier waarop hij over zichzelf oordeelt opvallend gestoord, vervormd of onevenwichtig is.
  • Een tekort aan zelfbeheersing waardoor de patiënt zichzelf schade berokkent (dit tekort moet zich op ten minste twee gebieden manifesteren; voorbeelden: geld verkwisten, risico’s nemen met seks, drugsmisbruik, roekeloos autorijden, vreetbuien).
  • Terugkerend suïcidaal gedrag, terugkerende suïcidale gestes en dreigen met zelfdoding, automutilatie.
  • Een onevenwichtige stemming, die toegeschreven kan worden aan de neiging te emotioneel reageren (bijv. perioden van diepe ontstemming, geïrriteerdheid of angst, die meestal een paar uur en zelden langer dan een paar dagen duren).
  • Zich chronisch ‘leeg’ voelen.
  • Misplaatste, hevige woede of het onvermogen gevoelens van boosheid te beheersen (bijvoorbeeld regelmatig terugkerende driftbuien, constante woede, vechtpartijen).
  • Voorbijgaande, met stress samenhangende vorming van waanachtige ideeën of ernstige dissociatieve symptomen. 

Toelichting
Cliënten met BPS proberen voortdurend te vermijden dat ze in de steek gelaten worden. Ze reageren dan ook vaak  heftig met angst en woede op reële of denkbeeldige verlatingen. De woede richten ze vaak op zichzelf, dit kan zo ver gaan dat ze zichzelf beschadigen (automutilatie) of een suïcide poging doen. En zo komen ze vaak in contact met vele hulpverleners. Na de woede-uitbarstingen zijn er vaak schaamte en schuldgevoelens.

In de relatie met anderen hebben ze de neiging om snel om heel zwart-wit te denken en snel te kunnen switchen van mening. Iemand kan het ene moment geweldig zijn, het andere moment 'onbetrouwbaar en slecht'. Dit gebeurt met name als ze het gevoel hebben dat de ander niet genoeg om hen geeft.

Zo zwart-wit kunnen ze ook over zichzelf denken, dit noemen we dan identiteitsproblemen. Het uit zich in  snelle wisselingen in zelfbeeld, toekomstplannen, seksuele identiteit en typen vrienden. Impulsiviteit kan leiden tot gokken, eetproblemen, verslavingen, onveilige sex of roekeloos gedrag.

BPS kan samen gaan met andere klachten zoals: depressiviteit, angst, psychose of dissociatie.

De diagnose BPS wordt 3 keer zo vaak bij vrouwen dan bij mannen gesteld. Naar schatting leidt 1 a 2 procent van de Nederlandse bevolking aan BPS. 

Mogelijke oorzakelijke factoren
Het gaat bijna altijd om een combinatie van factoren, waarbij elke factor een bijdrage kan leveren aan het ontstaan van BPS en de factoren elkaar versterken.

Biologisch
Aanleg voor impulsiviteit en stemmingswisselingen, dit heeft mogelijk te maken met een stoornis in de serotonine huishouding. Serotonine zorgt voor de prikkeloverdracht tussen zenuwcellen.

Psychologisch

Ingrijpende ervaringen in de jeugd zoals: emotionele verwaarlozing, een instabiele gezinssituatie, ervaringen van mishandeling en/of  seksueel misbruik.

Sociaal/maatschappelijk 
Het wegvallen van bepaalde sociale structuren (werk, vrienden, kerk, gezin, etc.).

Verklaringsmodellen en behandeling:

Dialectische gedragstherapie

Kernberg, Adler, Kohut & Rockland over borderline

Relationship management model van Dawson 

Schemagerichte therapie bij de BPS

Behandelprogramma Mentalization-Based Treatment (MBT)

     
* De DSM-IV-criteria zijn overgenomen uit:
Vandereycken, W, Hoogduin, CAL & Emmelkamp, PMG (2000). Handboek Psychopathologie, deel 1 basisbegrippen. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten.

Nannet Buitelaar
juli 2001