Leestafel
Op de leestafel
ADHD bij delinquente jongeren - transitie zorg adolescenten stagneert | ADHD bij delinquente jongeren - transitie zorg adolescenten stagneert |
| Door Nannet Buitelaar | |
|
ADHD: een van de risicofactoren voor deliquent gedrag ADHD is een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van delictgedrag maar nooit de enige verklaring. Bekende voorspellers van delictgedrag zijn: moeilijk temperament, impulsiviteit, hyperactiviteit, laag IQ, leerproblemen, vervreemding band met ouders/school/omgeving, impulsieve levensstijl, psychiatrische problemen, genetische afwijkingen, ongunstige gezinsfactoren, inconsistente opvoeding, verwaarlozing, geweld in het gezin en lage Sociaal Economische Status van het gezin. Een aantal van deze factoren hebben rechtsstreeks met ADHD te maken, andere factoren (zoals leerproblemen, opvoedingsproblemen, lage SES) kunnen het gevolg zijn van ADHD. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat met name opstandig en agressief gedrag op de kinderleeftijd in combinatie met ADHD een hoog risico vormt op het ontwikkelen van een latere Antisociale persoonlijkheidsstoornis. Ook is bekend dat vooral een hoge mate van hyperactiviteit en impulsiviteit correleert met agressief gedrag. Aandachtstekort op zich was geen voorspeller van agressief gedrag. Uit recent onderzoek van Lieke van Domburg onder 12 minners die in aanraking waren gekomen met de politie bleek dat het bij het merendeel van deze groep om ‘slechts kattenkwaad' ging maar bij eenderde tot de helft van de groep het het begin was van een criminele carriere. Voorspellers daarvoor waren moeilijk te geven. Wel speelden kindfactoren zoals: gedragsproblemen en hyperactiviteit; omgevingsfactoren als problemen van de ouders, gebroken gezin, sociale achterstand van het gezin en omgang met antisociale vrienden een rol. Zij beveelt daarom aan om bij 12 minners die in aanraking komen met de politie de kinderen en de ouders te screenen op risicofactoren en ze vervolgens gezamenlijk te behandelen. Maar hoe gaat het dan met die behandeling?
Hoe verloopt de
behandeling van ADHD bij delinquente jongeren? In het onderzoek werd onder andere gevraagd naar redenen waarom mensen gestopt waren met de medicatie. Opgegeven redenen waren: bijwerkingen, het niet willen opgeven van autonomie, stigmatisering en het gevoel hebben onder medicatie niet zichzelf te zijn. Daarnaast werd het frequent innemen van kortwerkende medicatie genoemd hetgeen niet lukte en het vergeten de medicatie in te nemen. Opvallend was dat het ontbreken van verdere begeleiding en het overdragen van de behandeling naar de huisarts of naar een andere hulpverlener zorgde voor discontinuiteit en daarmee stoppen met de medicatie terwijl het stoppen met de medicatie niet echt een doordachte actie was.
ADHD in de
adolescentie: een dubbele kwetsbaarheid De zorg is voor adolescenten ook niet optimaal. Zorgverlening vanuit de kinderartsen en huisartsen is vaak gericht op zorgvraag vanuit de client. Als ze dan zelf niet willen of komen is er geen instantie die er achteraan zit. Zo komen ze vaak pas in contact met hulpverlening als er al ernstige problemen zijn. Of ze komen eerder in aanraking met justitie dan met de hulpverlening.
Maar al te vaak (zo bleek uit het onderzoek op de Waag)
worden er dan drastische maatregelen genomen, waaronder plaatsing op internaat,
en de meest voor de hand liggende, namelijk medicamenteuze behandeling van de
ADHD wordt achterwege gelaten.
ADHD: een van de
risicofactoren voor deliquent gedrag Uit verschillende onderzoeken blijkt dat met name opstandig en agressief gedrag op de kinderleeftijd in combinatie met ADHD een hoog risico vormt op het ontwikkelen van een latere Antisociale persoonlijkheidsstoornis. Ook is bekend dat vooral een hoge mate van hyperactiviteit en impulsiviteit correleert met agressief gedrag. Aandachtstekort op zich was geen voorspeller van agressief gedrag. Uit recent onderzoek van Lieke van Domburg onder 12 minners die in aanraking waren gekomen met de politie bleek dat het bij het merendeel van deze groep om ‘slechts kattenkwaad' ging maar bij eenderde tot de helft van de groep het het begin was van een criminele carriere. Voorspellers daarvoor waren moeilijk te geven. Wel speelden kindfactoren zoals: gedragsproblemen en hyperactiviteit; omgevingsfactoren als problemen van de ouders, gebroken gezin, sociale achterstand van het gezin en omgang met antisociale vrienden een rol. Zij beveelt daarom aan om bij 12 minners die in aanraking komen met de politie de kinderen en de ouders te screenen op risicofactoren en ze vervolgens gezamenlijk te behandelen. Maar hoe gaat het dan met die behandeling?
Hoe verloopt de
behandeling van ADHD bij delinquente jongeren? In het onderzoek werd onder andere gevraagd naar redenen waarom mensen gestopt waren met de medicatie. Opgegeven redenen waren: bijwerkingen, het niet willen opgeven van autonomie, stigmatisering en het gevoel hebben onder medicatie niet zichzelf te zijn. Daarnaast werd het frequent innemen van kortwerkende medicatie genoemd hetgeen niet lukte en het vergeten de medicatie in te nemen. Opvallend was dat het ontbreken van verdere begeleiding en het overdragen van de behandeling naar de huisarts of naar een andere hulpverlener zorgde voor discontinuiteit en daarmee stoppen met de medicatie terwijl het stoppen met de medicatie niet echt een doordachte actie was.
ADHD in de
adolescentie: een dubbele kwetsbaarheid De zorg is voor adolescenten ook niet optimaal. Zorgverlening vanuit de kinderartsen en huisartsen is vaak gericht op zorgvraag vanuit de client. Als ze dan zelf niet willen of komen is er geen instantie die er achteraan zit. Zo komen ze vaak pas in contact met hulpverlening als er al ernstige problemen zijn. Of ze komen eerder in aanraking met justitie dan met de hulpverlening. Maar al te vaak (zo bleek uit het onderzoek op de Waag) worden er dan drastische maatregelen genomen, waaronder plaatsing op internaat, en de meest voor de hand liggende, namelijk medicamenteuze behandeling van de ADHD wordt achterwege gelaten.
ADHD: een levenslange
kwetsbaarheid
Nannet Buitelaar, forensisch psychiater de Waag Utrecht, redactielid M (Dit artikel is eerder gepubliceerd in de digitale nieuwsbrief van het kenniscentrum ADHD bij volwassenen) |